Iedereen die met BIM werkt, kent het probleem: standaarden moeten processen eenvoudiger maken, maar in de praktijk zorgen ze vaak voor discussie. Neem de vraag: onder welke NL-SfB-code valt een zwevende dekvloer? Het lijkt een simpele kwestie. Toch krijg je waarschijnlijk net zoveel verschillende antwoorden als dat je mensen de vraag stelt. Hoe kan dat? En belangrijker: hoe lossen we dit op?
Waarom standaardiseren zo belangrijk is
Standaarden zorgen dat verwachtingen helder zijn. Als iedereen op dezelfde manier classificeert, kun je processen makkelijker automatiseren. Daarmee verlaag je de werkdruk en houd je grip op de enorme bouwopgave die op ons afkomt. Stel je voor: een BIM-model dat je inlaadt en dat meteen betrouwbare informatie geeft om beslissingen op te baseren. Geen project-specifieke afspraken meer, maar landelijk gedragen standaarden die voor iedereen hetzelfde werken. Hoe fijn zou dat zijn?
“Stel je voor: een BIM-model dat je inlaadt en dat meteen betrouwbare informatie geeft om beslissingen op te baseren. Geen project-specifieke afspraken meer, maar landelijk gedragen standaarden die voor iedereen hetzelfde werken. Hoe fijn zou dat zijn?”
Waar het misgaat
Toch werkt het vaak anders. Waarom zijn antwoorden zelden eenduidig?
Het gevolg: iedereen trekt zijn eigen lijn. De werkdruk blijft hoog en automatisering komt niet van de grond. Standaarden werken alleen als de hierin vastgestelde uitgangspunten worden gerespecteerd, zodat iedere gebruiker weet wat hij of zij kan verwachten. Om dat mogelijk te maken is een eenduidige uitleg noodzakelijk. De NLBE-SfB wil hiervoor zorgen.
Van NL-SfB naar NLBE-SfB
De oude NL-SfB liet veel ruimte voor interpretatie. Zeker nu digitalisering en automatisering steeds belangrijker worden, leiden die grijze gebieden tot misverstanden. Op initiatief van digiGO ging een groep Nederlandse en Belgische experts aan de slag met het herzien en harmoniseren van de NL-SfB en BE-SfB. Het resultaat is de NLBE-SfB. Afbeelding 1: Functionele elementen is inmiddels herzien, afgestemd met de Belgische variant en nu beschikbaar is voor marktconsultatie. De overige tabellen volgen binnenkort.
Het doel van de NLBE-SfB is een classificatiesystematiek die toekomstbestendig is en goed aansluit bij (inter)nationale standaarden, zoals NEN 2699, CI-SfB en ICMS. De nieuwe systematiek is abstracter opgezet. Het idee: minder grijze gebieden en makkelijker schakelen tussen verschillende analyses. Voor de codeclusters (1-), (2-), (3-), (4-), (7-) en (8-) volstaat een driecijferige codenotatie, en usecases (verschillende databehoeften) bepalen – analysespecifiek – hoe er verder gesorteerd wordt
Afbeelding 1: NLBE-SfB tool functionele elementen.
Aansluiting op (inter)nationale standaarden
Terug naar de aansluiting op (inter)nationale standaarden. NEN 2699, CI-SfB en ICMS hebben dezelfde kijk op hoe elementen gesorteerd worden. Hierbij maken zij onderscheid in:
Afbeelding 2: Schematische weergave van de codeclusters.
In de NLBE-SfB vallen zowel het skelet als de verschillende afbouwconstructies binnen codecluster (2-), de primaire elementen. Het verschil zit in de functie: onderdelen van de hoofddraagconstructie vallen onder draagconstructie, de rest onder afbouwconstructie. Daarom heeft de NLBE-SfB de oude termen dragend en niet-dragend vervangen. Ook de cijfercodes zijn aangepast: waar in de oude NL-SfB 21.2 Dragend stond, vind je nu 21.1 Draagconstructie. En wat vroeger 21.1 Niet-dragend was, heet nu 21.2 Gevelafbouwconstructie.
Terug naar de dekvloer
Veel partijen zouden de zwevende dekvloer onder de oude NL-SfB bij code 43 plaatsen: Vloerafwerkingen. In de nieuwe NLBE-SfB valt deze echter onder 23.2: Afbouwconstructie, oftewel vloerafbouwconstructie. Daarmee wordt duidelijk dat een dekvloer geen afwerking is, maar een afbouwconstructie. Vloerbedekkingen en -bekledingen zijn de werkelijke afwerkingen. Een scherp onderscheid om ervoor te zorgen dat misverstanden verdwijnen.
Minder grijze gebieden, meer duidelijkheid
De NLBE-SfB is meer dan een nieuwe tabel. Het is een stap naar een toekomstbestendig classificatiesysteem dat automatisering mogelijk maakt en de sector helpt de bouwopgave aan te pakken. Minder grijze gebieden, meer duidelijkheid. En die zwevende dekvloer? Die heeft nu eindelijk een vaste plek.
Meer weten? Bezoek ons op de Standaardendag van digiGO op 24 september 2025. Op deze dag vinden verschillende workshops plaats, waaronder een duo-presentatie van Root en Ketenstandaardaard.
Standaardendag van digiGO op 24 september 2025: Standaarden die werken!
Locatie: Bouwhuis, Zilverstraat 69, Zoetermeer
Tekst: Juun Steen
Tekstredactie: Kim Schoot
Gepubliceerd: 18 september 2025
Website: digiGO
Website: buildingSMART Nederland
Website: Ketenstandaard Bouw en Techniek
Onze projecten zijn het resultaat van teamwork. Elke collega heeft een eigen expertise en draagt van daaruit bij aan onze projecten. Zo leveren we samen betrouwbare kwaliteit.